Hering wil structuerele regeling voor ernstige zieke patiënten

De Ware Tijd
20/07/2009

Volledig herstel niet geboden bij medische uitzendingen
Paramaribo – Medische uitzendingen naar Columbia bieden geen garantie dat patiënten volledig zullen genezen. Minister Celsius Waterberg van Volksgezondheid benadrukt dat er nog steeds een verkeerde opvatting hierover bestaat. “Als het proces al zover is valt er niets anders te doen dan het leed te verzachten, zodat de mensen langer kunnen leven. De overeenkomst is voor therapie. We proberen de mensen zorg te bieden, maar van genezing is geen sprake meer als het proces ver gevorderd is”, legt de bewindsman uit.

 

Hij reageert hiermee op de beschuldiging van Geor Hering, directeur van Constantin Foundation, die beweert dat patiënten die naar Colombia worden gezonden voor medische behandeling, waaronder bestraling van kanker, niet goed worden behandeld. Hij noemt de behandeling zelfs mensonterend, omdat als blijkt dat patiënten na een medisch onderzoek niet genezen zijn er geen tweede mogelijkheid bestaat om weer voor medische zorg naar Columbia te gaan. “Colombia laat het vaak afweten. Patiënten zijn na de eerste behandeling uitbehandeld”, stelt Hering. “En dat kan niet”. Hij vindt de regeling waarbij patiënten naar Colombia worden gestuurd voor behandeling niet voldoende.

 

Patiënten zouden volgens hem wel degelijk hulp vinden in andere landen, waaronder Nederland. Hij vraagt zich steeds af waarom die samenwerking is stopgezet. Waterberg benadrukt echter dat de behandeling In Columbia niet verschilt van die in andere landen.“Medische zorg is overal hetzelfde, alleen is het in andere landen duurder”. Hij geeft ook aan dat een behandeling in Nederland veel duurder is dan in Colombia. “Vandaar dat wij met Colombia een samenwerking hebben”.

 

Hering vindt het echter hoog tijd dat de overheid een structurele regeling creëert voor zulke gevallen, zeker daar het aantal mensen dat zich na een ingreep in Colombia bij hem aanmeldt, blijft toenemen. “Er moet ook een fonds komen waarop men gelijk een beroep kan doen als het nodig is”, zegt hij. Met wekelijkse aanmelding van twee tot drie patiënten constateert Hering een toename van onvolledig behandelde mensen die tussen wal en schip vallen.

 

Vers in het geheugen is het geval van een acht maanden oude baby die door gebrek aan structuur in de gezondheidszorg het leven heeft gelaten. Nu is het de 43-jarige Ingrid Brunings, moeder van vier kinderen, die het moet ‘ontgelden’. Twee maanden nadat zij in november van het vorig jaar is bestraald tegen tongkanker is haar gezondheid slechter geworden. Lucia Karssen vertelt wat haar vriendin Ingrid Brunings, tot op heden heeft meemaakt. “Na de bestraling heeft ze gelijk aangegeven nog pijn te hebben op de zieke plek. Als antwoord kreeg ze dat het naweeën zijn. Maar twee maanden daarna voelde zij een puist dicht bij haar keelholte.

 

Het bleek een tumor te zijn die na een tijdje barste. Na onderzoek door twee verschillende specialisten werd duidelijk dat er geen kans meer is op genezing van Brunings in Suriname. Ook de arts in Colombia die de behandeling heeft gedaan heeft het laten afweten, omdat hij geen risico wil nemen voor een tweede operatie. In Nederland kan het wel. Dit nadat haar medische gegevens zijn opgestuurd naar een hoofd- en halschirurg in het Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis (een ziekenhuis in Amsterdam, Nederland, onder meer gespecialiseerd in de behandeling van kankerpatiënten…red)”.

 

Karssen vindt het wel jammer dat haar vriendin niet naar Nederland kan omdat het Staatsziekenfonds (SZF) heeft aangegeven niet mee te willen werken omdat de verzekeringsmaatschappij geen samenwerking heeft met Nederland. Verder heeft het SZF ook aangehaald dat zij het niet nodig vinden haar weg te sturen, omdat zij reeds is afgeschreven door alle artsen. “Nu ligt ze op sterven”, jammert Karssen. Desondanks geeft zij de moed niet op. “We hebben sterk het geloof dat er hoop is. God geeft iedereen een kans. Zo heeft zij ook een kans, maar er moet wat gedaan worden, ze moet naar Nederland. Maar de vraag is: wie dekt de kosten?”.-.